Deel dit artikel










Submit
5 misverstanden over de transitievergoeding

5 Misverstanden over de transitievergoeding

5 misverstanden over de transitievergoeding

De transitievergoeding vervangt de traditionele ontslagvergoeding. Over deze transitievergoeding bestaan veel misverstanden. We lichten er 5 voor je uit.

Eindigt een dienstverband na 2 jaar onvrijwillig, dan heeft een werknemer recht op een transitievergoeding. Deze is in 2015 ingevoerd en vervangt de oude ontslagvergoeding of gouden handdruk. In meer gevallen dan vroeger heeft een werknemer nu recht op een vergoeding bij ontslag. De transitievergoeding is wel een stuk lager dan de ontslagvergoeding. Omdat over de transitievergoeding veel misverstanden bestaan, zetten we er 5 voor je op een rijtje.

1. Altijd recht op transitievergoeding na 2 jaar

Soms heeft een werknemer geen recht op een transitievergoeding, ook al is hij bij ontslag 2 jaar in dienst. Voorziet een toepasselijke cao bijvoorbeeld in die situatie in een vergelijkbare vergoeding, dan vervalt daarmee de aanspraak op een transitievergoeding. Neemt een werknemer na 2 jaar zelf ontslag of wijst hij een aanbod tot verlenging af, dan krijgt hij ook geen transitievergoeding.

2. Transitievergoeding is hetzelfde als billijke vergoeding

Naast een transitievergoeding kan een werknemer ook recht hebben op een billijke vergoeding, bijvoorbeeld wanneer zijn werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld heeft. Ook kan een rechter deze vergoeding toekennen als een werkgever is overgegaan tot ontslag terwijl dat niet mocht, zoals bij ontslag wegens zwangerschap of ziekte.

3. Werkgever moet recht op transitievergoeding meedelen

Dat een werknemer onder omstandigheden recht heeft op een transitievergoeding, betekent niet dat zijn werkgever de plicht heeft hem hierop te wijzen. Een dergelijke mededelingsplicht is er niet. Besluiten een werkgever en werknemer bijvoorbeeld samen tot beëindiging van het dienstverband zonder een transitievergoeding, dan kan de werknemer daarna niet via de rechter succesvol de vergoeding opeisen met het verwijt dat zijn werkgever hem niets had verteld.

4. Transitievergoeding moet je binnen 5 jaar opeisen

Een ander misverstand is dat je binnen 5 jaar na je ontslag de transitievergoeding bij de rechter moet opeisen als je werkgever de vergoeding niet (volledig) uitbetaalt. Voor de transitievergoeding geldt echter een kortere termijn: 3 maanden. Dit betekent dat een werknemer binnen 3 maanden na de dag van het ontslag naar de rechter moet stappen om de (volledige) transitievergoeding op te eisen.

5. Kleine bedrijven betalen geen transitievergoeding

Kleine bedrijven met kort gezegd minder dan 25 werknemers betalen bij ontslag na 2 jaar wel een transitievergoeding, maar deze is lager omdat er voor hen tot 2020 een overgangsregeling geldt. Kan een dergelijke werkgever aantonen dat het financieel slecht gaat, dan tellen bij het bepalen van de transitievergoeding de jaren dienstverband voor 1 mei 2013 niet mee.

Gerelateerde artikelen